Gunningvoordeel met de CO₂-Prestatieladder: hoe het werkt en wat het waard is

Laatst bijgewerkt: 12 augustus 2026 · Palau

Gunningvoordeel betekent dat uw inschrijfprijs bij de beoordeling fictief daalt volgens uw CO₂-ambitieniveau. Wint u, dan wordt de volle prijs betaald. Rijkswaterstaat rekent sinds 1 juli 2026 met 2, 4 en 6 procent per trede in grond-, weg- en waterbouw.

Wat is gunningvoordeel precies?

In een aanbesteding werkt de CO₂-Prestatieladder als gunningscriterium. De opdrachtgever gunt op beste prijs-kwaliteitverhouding en waardeert uw CO₂-ambitieniveau als kwaliteit. Die kwaliteit rekent hij vervolgens om naar geld of naar punten.

VormHoe het werktWaar u op moet letten
Fictieve korting in procentenEen percentage van uw inschrijfsom gaat bij de beoordeling van uw prijs afSchaalt mee met de opdrachtwaarde. Op grote werken veruit het krachtigst
Vast bedragEen vast bedrag gaat bij de beoordeling van uw prijs afOp kleine percelen relatief zwaar, op grote werken bijna verwaarloosbaar
PuntenUw trede levert punten op binnen het kwaliteitsdeel van de scoreOmrekening naar geld is indirect. Lees hoe punten zich verhouden tot de prijsscore

Wat alle drie gemeen hebben: de korting is fictief. Hij bestaat alleen tijdens de beoordeling. Wint u de opdracht, dan wordt u betaald voor de prijs die u hebt ingeschreven.

SKAO schrijft op zijn aanbestedingspagina: "De CO₂-Prestatieladder werd al in meer dan 5.000 aanbestedingen ingezet." Diezelfde pagina richt zich op "meer dan 300 aanbestedende diensten".

Hoe wordt het gunningvoordeel berekend?

Het rekenwerk zelf is banaal. Onderstaand voorbeeld gebruikt de Rijkswaterstaat-systematiek die sinds 1 juli 2026 geldt.

Inschrijver AInschrijver B
Inschrijfsom€ 30.000.000€ 29.000.000
CO₂-ambitieniveauTrede 2geen
Gunningvoordeel4 procent0
Fictieve korting€ 1.200.000€ 0
Beoordeelde prijs€ 28.800.000€ 29.000.000
Uitkomstwintverliest
Wordt betaald€ 30.000.000niet van toepassing

Inschrijver A was een miljoen euro duurder en wint toch. En krijgt de volle dertig miljoen. Dat is de hele commerciële logica van het instrument in één tabel.

Let op één detail in de leidraad. De verdeling over de treden hoeft niet gelijkmatig te zijn. De Handreiking Aanbesteden 4.0 schrijft: "De verdeling van die waarden hoeft niet lineair te zijn; aan hogere CO2-Ambitieniveaus (bijvoorbeeld 2 en 3) kan naar verhouding groter gunningsvoordeel worden gegeven."

Hoeveel gunningvoordeel krijgt u per trede?

Er is geen landelijk tarief. SKAO publiceert een illustratief model en zegt er expliciet bij: "Welk percentage, bedrag of puntenaantal u als gunningsvoordeel kiest, bepaalt u zelf."

Trede (handboek 4.0)KortingVast bedragPunten
Trede 315 procent€ 150.000150
Trede 210 procent€ 100.000100
Trede 15 procent€ 50.00050

Bron: SKAO, aanbesteden met versie 4.0.

Dit is een rekenvoorbeeld uit SKAO's eigen publicatie. Het is geen norm en geen tarief. Rijkswaterstaat zit met 2, 4 en 6 procent ruim onder dit model. Behandel de SKAO-tabel dus als bovengrens van wat u ergens kunt tegenkomen.

Wat verandert er bij Rijkswaterstaat sinds 1 juli 2026?

Rijkswaterstaat past sinds 1 juli 2026 Handboek 4.0 toe in aanbestedingen voor grond-, weg- en waterbouw (GWW). ProRail volgt op 1 januari 2027. Voor andere soorten opdrachten heeft Rijkswaterstaat geen overstapdatum aangekondigd. Dat verschil tussen GWW en de rest is precies waar leveranciers van diensten, ICT, zorg en logistiek tegenaan lopen, wat we uitwerken in de CO₂-Prestatieladder buiten de bouw.

TredeFictieve verlaging van de inschrijfsom, GWW-aanbestedingen
Trede 12 procent
Trede 24 procent
Trede 36 procent

Rijkswaterstaat schrijft het plat op: "trede 1 leidt tot een fictieve verlaging van de inschrijfsom met 2 procent, trede 2 met 4 procent en trede 3 met 6 procent." Vakblad Infrasite beschrijft trede 3 als een maximum van 6 procent. Wij houden de formulering van de opdrachtgever zelf aan en noemen het verschil, zodat u het in de leidraad kunt narekenen.

Twee punten voor uw tenderplanning. Handboek 4.0 geldt alleen voor aanbestedingen die na 1 juli 2026 op TenderNed zijn gepubliceerd; eerder gepubliceerde aanbestedingen blijven op 3.1 draaien, waarbij u een 4.0-certificaat mag indienen dat dan tegen de 3.1-niveaus wordt beoordeeld. En na gunning geldt: "Na gunning hebben opdrachtnemers volgens de werkwijze van SKAO maximaal 1 jaar de tijd om het certificaat voor de aangeboden trede aan te tonen."

Het percentage ligt lager dan in het SKAO-model, terwijl de lat hoger ligt. Trede 2 vraagt scope 3 plus een klimaattransitieplan. Dat is fors meer werk dan het oude niveau 3, dat in de markt de facto de basislijn was. Zie waarom er nu drie treden zijn in plaats van vijf niveaus.

Wat doet ProRail, en waarom staat hier geen percentage?

ProRail past de Ladder toe sinds 1 december 2010 en werkt met een fictieve korting op de inschrijfprijs die oploopt met het aangeboden ambitieniveau. ProRail schrijft: "Hoe hoger het ambitieniveau, hoe hoger de fictieve korting op de inschrijfprijs." En: "Vanaf 1 januari 2027 wil ProRail Handboek 4.0 van de CO₂-Prestatieladder gebruiken bij nieuwe aanbestedingen."

Wij publiceren hier geen percentages per niveau. De openbare bronnen spreken elkaar tegen over de bandbreedte en over het aantal banden, en ProRail zegt zelf: "Voor de precieze regeling die ProRail toepast, zijn onze aanbestedingsdocumenten op TenderNed maatgevend." Lees dus het aanbestedingsdocument van de lopende aanbesteding.

Let ook op de taal in de leidraad. Staat er "niveau", dan leest u een 3.1-aanbesteding. Staat er "trede", dan is het 4.0. Dat bepaalt welk bewijsmiddel u mag indienen. Praktijkmensen vertellen over auditors die ronduit allergisch reageren als u de verkeerde van de twee gebruikt.

Welke opdrachtgevers gebruiken de Ladder nog meer?

OpdrachtgeverStatus in augustus 2026Vanaf wanneer 4.0
RijkswaterstaatFictieve korting van 2, 4 en 6 procent per trede in GWW-aanbestedingen1 juli 2026, nieuw gepubliceerde aanbestedingen
ProRailFictieve korting die oploopt met het ambitieniveau, nu nog op Handboek 3.11 januari 2027, alle nieuwe TenderNed-publicaties
Rijksoverheid, provincies, gemeenten, waterschappenRuim 300 aanbestedende diensten, ieder met eigen wegingPer dienst verschillend. SKAO adviseert 4.0 in te zetten zodra de markt er klaar voor is
Vlaamse overheid, beleidsdomein Mobiliteit en Openbare WerkenLadder in bestekken voor infrawerken vanaf vijf miljoen euroNog niet aangekondigd
WalloniëRegeringsbesluit van 3 juni 20261 januari 2027 voor CO₂-criteria, handboekversie niet bevestigd

In België gaat het om ongeveer 100 certificaten die meer dan 300 ondernemingen dekken. Het Vlaamse beleidsdomein Mobiliteit en Openbare Werken schreef: "Wij zullen vanaf 1 januari 2025 de Ladder meenemen in bestekken voor infrawerken vanaf vijf miljoen euro." Binnen datzelfde beleidsdomein verbonden onder meer OVAM, Agentschap Wegen en Verkeer en De Vlaamse Waterweg zich aan de Ladder.

In Wallonië besloot de regering op 3 juni 2026 dat SPW Mobilité et Infrastructures en SOFICO vanaf 1 januari 2027 CO₂-criteria opnemen, met een fictieve korting van 6 procent voor échelon 1 en 10 procent voor échelon 2, vanaf 600.000 euro. Let op het bronconflict: SKAO's artikel over België is van 22 april 2024 en meldt nog dat Wallonië niets heeft besloten. Meer in wat Vlaanderen sinds 2025 verwacht.

De Ladder werkt ook onder de Europese drempelbedragen. SKAO schrijft in de veelgestelde vragen dat u de Ladder onder de drempel als gunningscriterium kunt gebruiken en in een meervoudig onderhandse procedure naar het CO₂-ambitieniveau kunt vragen. De Handreiking zelf gaat uit van de richtlijnen 2014/24/EU en 2014/25/EU.

Moet ik gecertificeerd zijn om in te schrijven?

Nee. Dit is het hardnekkigste misverstand in de markt. De Handreiking is expliciet: "De inschrijver hoeft bij inschrijving nog geen projectverklaring of CO₂-Prestatieladdercertificaat te overleggen."

U verklaart bij inschrijving op welk CO₂-ambitieniveau u inschrijft, en dat niveau wordt contractueel vastgelegd. Binnen een jaar na gunning moet u aantonen dat u het haalt, en dat vervolgens jaarlijks herhalen voor de duur van het project. Er zijn twee bewijsmiddelen:

  • een CO₂-bewust certificaat op de aangeboden trede, geldig drie jaar met jaarlijkse tussentijdse audits, bruikbaar over al uw projecten en klanten heen;
  • een projectverklaring voor dat ene project, die volgens de Handreiking "afgegeven is door een CI die geaccrediteerd is voor het certificeringsschema CO2-Prestatieladder". CI staat voor certificerende instelling.

Let ook op waar het certificaat op staat: het moet de rechtspersoon dekken die inschrijft. In een groep zit de CO₂-data vaak op business units die voor meer dan één rechtspersoon werken. Een verdeelsleutel valt dan terug op omzet of kosten, en die verschuift elk jaar. De uitwerking staat in organisatorische grenzen bij meerdere entiteiten.

Mag een opdrachtgever het certificaat als geschiktheidseis stellen?

Nee, en dat is juridisch onderbouwd.

Mag welMag niet
De Ladder als gunningscriterium binnen beste prijs-kwaliteitverhoudingHet certificaat als geschiktheidseis of selectiecriterium
Vragen op welk CO₂-ambitieniveau u inschrijftEisen dat u bij inschrijving al gecertificeerd bent
Een sanctie opnemen als u het beloofde niveau niet haaltPartijen zonder certificaat op voorhand uitsluiten
Het niveau contractueel vastleggen en jaarlijks laten aantonenOrganisatiebrede certificering eisen voor één project

De redenering: "Als u een certificaat hanteert als geschiktheidseis of selectiecriterium, dan kunnen partijen zonder het gevraagde (niveau van het) certificaat niet meedoen." Dat schuurt met non-discriminatie, met proportionaliteit, en met de eis dat een criterium verband houdt met het voorwerp van de opdracht. Komt u toch een leidraad tegen die het als geschiktheidseis stelt, dan hebt u een concreet aanknopingspunt voor de nota van inlichtingen.

Wat gebeurt er als u de aangeboden trede niet haalt?

Dan volgt een contractuele sanctie. De Handreiking schrijft: "Advies is een sanctie op te nemen die groter is dan het bij inschrijving genoten gunningsvoordeel." De rekenregel vermenigvuldigt het verschil met een factor, "bijvoorbeeld 1,5".

StapVoorbeeld
Beloofd bij inschrijvingTrede 2, voordeel 4 procent op € 30.000.000 = € 1.200.000
Werkelijk aangetoond binnen een jaarTrede 1, waarde 2 procent = € 600.000
Verschil€ 600.000
Sanctie volgens de aanbevolen factor1,5 × € 600.000 = € 900.000

De exacte formule staat in uw contract. Lees hem voordat u een trede aanbiedt die u nog niet hebt.

Houd ook rekening met de kalender. U hebt een jaar, maar in dat jaar zit één auditmoment: doorgaans zo'n drie dagen, één keer per jaar, met weinig ruimte om vooraf met de auditor te sparren. Wie in juni wint en denkt de zomer te benutten, loopt tegen bouwverlof aan; in de Benelux ligt de voorbereiding tussen half juli en eind augustus praktisch stil. Reken uw jaar daarom terug vanaf de auditdatum die de certificerende instelling u geeft.

Hoe werkt gunningvoordeel in een combinatie?

De zwakste schakel bepaalt. In de woorden van de Handreiking: "de organisatie met de laagste trede op de CO₂-Prestatieladder, van alle organisaties in de combinatie, bepaalt het CO2-Ambitieniveau."

Lees die regel goed. Hij gaat over treden. Omdat niemand bij inschrijving een certificaat hoeft te overleggen, trekt een partner zonder certificaat de combinatie niet automatisch naar nul. Bepalend is de laagste trede die een deelnemer kan verklaren en binnen het jaar na gunning kan aantonen.

Dat maakt het aangeboden ambitieniveau een onderwerp voor de partnerselectie. Zakt de combinatie bij Rijkswaterstaat van trede 2 naar trede 1 op een werk van dertig miljoen euro, dan scheelt dat € 600.000 aan fictieve korting: 4 procent tegenover 2 procent. Neem dat mee in het gesprek over de verdeelsleutel.

Is mijn 3.1-certificaat nog geldig in een 4.0-aanbesteding?

Nee. Andersom wel.

U hebtAanbesteding vraagt 3.1Aanbesteding vraagt 4.0
Certificaat 4.0, trede 1Geldig, geaccepteerd als niveau 3Geldig
Certificaat 4.0, trede 2 of 3Geldig, geaccepteerd als niveau 5Geldig
Certificaat 3.1, niveau 3GeldigNiet geldig
Certificaat 3.1, niveau 4 of 5GeldigNiet geldig

De overgangsregeling formuleert het zo: "Handboek 4.0-Trede 1 wordt geaccepteerd als Handboek 3.1 Niveau 3" en "Handboek 4.0-Trede 2 wordt geaccepteerd als Handboek 3.1 Niveau 5".

SKAO's eigen pagina's zeggen dit in verschillende woorden, en daar grijpt u in een leidraad op terug. De veelgestelde vragen zetten trede 2 en 3 naast niveau 4 en 5. De aanbestedingsblog schrijft trede 1 gelijk aan niveau 3 en trede 2 of 3 aan niveau 5. Voor trede 1 komen alle drie op hetzelfde neer. Het oude niveau 4 heeft geen eenduidige opvolger: de overgangsregeling noemt het niet, terwijl de veelgestelde vragen het onder trede 2 en 3 scharen. Hebt u niveau 4, kijk dan per aanbesteding wat de leidraad accepteert.

De commerciële conclusie is smaller dan vaak wordt gedacht. Te laat migreren sluit u niet uit van een 4.0-aanbesteding. U mag inschrijven en een trede verklaren zonder certificaat. Wat u dan mist, is een geldig bewijsmiddel: een 3.1-certificaat toont die trede niet aan. U draagt dus het risico dat u binnen het jaar na gunning alsnog tegen 4.0 gecertificeerd moet zijn, op een auditkalender die u niet zelf bepaalt. De laatste 3.1-audit kan op 14 januari 2027. Vroeg migreren kost u intussen niets aan tendergeschiktheid, want een 4.0-certificaat telt ook in een 3.1-aanbesteding. Zie wat u kunt hergebruiken en wat u opnieuw moet schrijven.

Wat is het gunningvoordeel waard tegenover de kosten?

Volgens SKAO's eigen kostenopgave loopt de jaarlijkse SKAO-bijdrage van € 190 (omzet onder vijf miljoen euro) tot € 6.000, met een groepsplafond van € 6.000. Daar komt de certificerende instelling bij, circa € 3.000 tot € 4.000 initieel en daarna € 1.500 tot € 2.500 per jaar, plus 100 tot 200 werkuren aan implementatie.

Vier procent fictieve korting op één werk van dertig miljoen euro is € 1.200.000 aan concurrentiepositie. Het voordeel schaalt mee met de opdrachtwaarde; de kosten van het certificaat blijven ongeveer gelijk. Daarmee verschuift de vraag naar twee andere: bij welke opdrachtwaarde en tenderfrequentie loont de trede die u aanbiedt, en kunt u die trede binnen het jaar na gunning aantonen. De cijfers per organisatiegrootte staan in wat de CO₂-Prestatieladder in 2026 kost.

Wat wij in de praktijk zien misgaan

Twee patronen komen terug in werksessies met duurzaamheids- en tenderteams.

U bent klaar voor de verkeerde audit. Eén praktijkverwoording vat het samen: "We zijn klaar om de audit te doen volgens het 3.1-handboek, maar we hebben de nieuwe eisen uit het handboek niet." Het meeste werk gaat mee naar 4.0. Wat niet meegaat, blijft onzichtbaar tot u er gericht naar zoekt. Sectorsjablonen bestaan nog niet en er zijn weinig aannemers die u vóór zijn gegaan.

Het bewijs zit niet vast aan het cijfer. De beste definitie van auditklaar die wij hebben gehoord komt van een praktijkmens: als u de rapportageregel hebt, al het bewijs vastgeklikt aan dat exacte datapunt, en de tekst die laat zien waar het cijfer vandaan komt, dan hebt u de discussie met de auditor vooraf al gewonnen. Op een gunningvoordeel van meer dan een miljoen euro is dat een risico dat u niet hoeft te lopen.

Hoe Palau hiermee omgaat

Bij gunningvoordeel gaat de discussie zelden over de rekensom. De vraag is of de entiteit die heeft ingeschreven de aangeboden trede binnen het jaar kan aantonen. Palau's module Organisational structure legt de consolidatie over rechtspersonen, business units en locaties vast, zodat u per certificerende entiteit kunt rapporteren zonder de groepsdata te verliezen. Vault klikt elk bewijsstuk vast aan het datapunt waar het bij hoort, met traceerbaarheid tot de pagina en de zin waar het cijfer vandaan komt. Zie ook onze pagina over de CO₂-Prestatieladder.

Vraag een pilot aan.

Bronnen