CO₂-Prestatieladder en VSME: kunt u ze combineren?

Laatst bijgewerkt: 11 augustus 2026 · Palau

Deels. Uw scope 1 en 2 footprint uit Trede 1 van de Ladder vult VSME-datapunt B3 vrijwel direct. VSME vraagt daarnaast water, afval, personeel en governance, die de Ladder niet raakt. Een officiële mapping bestaat niet.

SKAO publiceert geen mapping tussen de CO₂-Prestatieladder en VSME, en EFRAG verwijst nergens naar de Ladder. Alles hieronder waarin de twee raamwerken naast elkaar worden gelegd, is de eigen praktijkanalyse van Palau op basis van de normatieve teksten van beide kanten. Een auditor is er op geen enkele manier aan gebonden.

Wat is VSME precies, en heet het nog steeds zo?

VSME staat voor Voluntary Sustainability Reporting Standard for non-listed SMEs, de vrijwillige duurzaamheidsrapportagestandaard voor niet-beursgenoteerde kleine en middelgrote ondernemingen. EFRAG leverde de standaard op 17 december 2024 op aan de Europese Commissie. De Commissie nam op 30 juli 2025 een aanbeveling aan om hem vrijwillig te gebruiken (C(2025) 4984 final, later Aanbeveling (EU) 2025/1710), uitdrukkelijk als tussenoplossing tot er een gedelegeerde handeling zou zijn.

Die gedelegeerde handeling is er sinds 3 juli 2026: C(2026) 5011, voluit een verordening "establishing sustainability reporting standards for voluntary use by undertakings protected by the value chain cap". De naam VSME komt in die tekst niet meer voor. De standaard heet daar de standaard voor vrijwillig gebruik. EFRAG en de markt blijven VSME zeggen, en dat is ook de term waarop uw klanten zoeken. Volgens het persbericht van de Commissie treden de maatregelen in werking zodra de toetsing door Parlement en Raad voorbij is: "the scrutiny period of 2 months, which can be prolonged by a further 2 months". Artikel 3, dat de value chain cap regelt, geldt volgens artikel 4 voor boekjaren die beginnen op of na 1 januari 2027.

U hebt daardoor met twee levende teksten te maken, en dat is praktisch relevant, want de paragraafnummers verschillen. Rapporteert u over boekjaar 2025 of 2026, dan werkt u met de aanbeveling van 30 juli 2025. De opbouw is in beide versies gelijk.

ModuleDatapuntenOnderwerpen
BasismoduleB1 tot en met B11Basis voor opstelling, beleid, energie en broeikasgassen, vervuiling, biodiversiteit, water, circulariteit en afval, personeel, veiligheid, beloning en opleiding, corruptie
Uitgebreide moduleC1 tot en met C9Strategie, uitgebreid beleid, reductiedoelen en klimaattransitie, klimaatrisico's, extra personeelsgegevens, mensenrechten, uitgesloten activiteiten, genderdiversiteit

Voor iedereen met een CO₂-bewust certificaat draaien twee datapunten om klimaat: B3, energie en broeikasgasemissies, in de basismodule, en C3, broeikasgasreductiedoelen en klimaattransitie, in de uitgebreide module.

Waarom komt deze vraag nu op?

SKAO publiceert twee verschillende getallen over dezelfde populatie. Op de Engelstalige pagina over de Ladder staat "75% of certificate holders are small and medium-sized enterprises (SMEs)" (SKAO, What is the Ladder). Op de Nederlandse mkb-pagina staat dat "ruim twee derde" van alle gecertificeerde organisaties een mkb-onderneming is (SKAO, 5 vragen over de CO₂-Prestatieladder voor het mkb). Wij noemen beide cijfers, omdat beide van de schemabeheerder komen. Welk getal u ook aanhoudt, het grootste deel van de ongeveer 8.000 certificaathouders is precies de populatie waarvoor VSME geschreven is: niet-beursgenoteerde ondernemingen die buiten de CSRD-plicht vallen en toch vragenlijsten krijgen van klanten en banken.

Een aannemer met een CO₂-bewust certificaat krijgt daardoor twee soorten vragen op hetzelfde bureau. De aanbestedende dienst vraagt om een trede. Bij de opdrachtgever of de bank gaat het om ESG-data in VSME-formaat. De meterstanden waarop beide antwoorden rusten zijn dezelfde. Hoe de treden zelf in elkaar zitten, staat in waarom handboek 4.0 drie treden heeft in plaats van vijf niveaus.

Waar overlappen Trede 1 en VSME echt?

Trede 1 van handboek 4.0 vraagt een footprint over scope 1 en 2, doelen op korte termijn (ruwweg tot drie jaar), expliciete energiebesparingsambities en sinds 4.0 ook niet-CO₂-broeikasgassen zoals methaan en lachgas (SKAO over de drie treden). Werkt u nog onder handboek 3.1, dan staat in van 3.1 naar 4.0 wat daarvan overeind blijft.

VSME B3 vraagt energieverbruik in MWh en de geschatte bruto scope 1 plus locatiegebonden scope 2 in tCO₂-eq. De aanbeveling van juli 2025 vraagt daarbovenop een intensiteitsratio. In de gedelegeerde handeling van juli 2026 is die vervallen.

De paragraafnummers in de tabel hieronder volgen de gedelegeerde handeling van 3 juli 2026. Tussen haakjes staat het nummer in de aanbeveling van 30 juli 2025, want dat is de tekst waarmee u over boekjaar 2025 en 2026 werkt. De rechterkolom is onze inschatting van het werk dat er nog tussen zit.

VSME-datapuntWat het vraagtKomt uit uw Ladder-dossier?Restwerk
B3, par. 32 (2025: par. 29)Totaal energieverbruik in MWh, gesplitst naar hernieuwbaar en niet-hernieuwbaar, voor elektriciteit en brandstoffenJa, uit de energiestromen achter de footprintOmrekenen naar MWh en de splitsing hernieuwbaar aantonen
B3, par. 33 (2025: par. 30)Geschatte bruto scope 1 in tCO₂-eqJa, één op éénBeperkt. Let op de niet-CO₂-gassen die 4.0 al vraagt
B3, par. 33 (2025: par. 30)Locatiegebonden scope 2 in tCO₂-eqMeestal wel, al rekent de Ladder met eigen groenestroomregelsAparte locatiegebonden berekening naast uw Ladder-cijfer
B3, par. 31, alleen in de aanbeveling van 2025Intensiteitsratio: bruto emissies gedeeld door de omzet. Vervallen in de gedelegeerde handelingNee, staat niet standaard in het Ladder-dossierOmzetcijfer per rapporterende entiteit ophalen bij finance
C3, par. 53 (2025: par. 54)Reductiedoel met basisjaar en basisjaarwaarde, doeljaar en doelwaarde, eenheid, de betrokken scopes en de belangrijkste maatregelenJa, doelstellingen zijn Ladder-kernHerformuleren met expliciet basisjaar en doeljaar
C3, par. 54 en 55 (2025: par. 55 en 56)Voor sectoren met hoge klimaatimpact: aangeven of en wanneer u een klimaattransitieplan aanneemt, met de mogelijkheid het plan toe te lichtenAlleen vanaf Trede 2, waar handboek 4.0 het plan verplicht steltOp Trede 1 bestaat het plan nog niet
B1Individueel of geconsolideerd rapporteren, lijst dochterondernemingen met adres, NACE-codes en de locaties van uw vestigingenDeels. De organisatorische grens is er, de entiteitenlijst zelden in deze vormZie de sectie over de praktijk hieronder
B2Praktijken, beleid en initiatieven richting een duurzamere economieJa, uw maatregelenlijst en beleidHerformuleren

Werkt u in de bouw, dan valt u onder die voorwaarde bij C3. EFRAG rekent in zijn eigen handleiding bij dat datapunt sectie F van NACE v2.1, Construction, tot de sectoren met hoge klimaatimpact (EFRAG, supporting guide on disclosure C3). Voor een aannemer op Trede 2 is dat gunstig: het klimaattransitieplan dat handboek 4.0 daar verplicht stelt, dekt het grootste deel van wat C3 op dit punt van u wil zien. Dezelfde brug slaat de Ladder naar ESRS E1, zoals beschreven in CO₂-Prestatieladder en CSRD.

Welke VSME-datapunten raakt de Ladder helemaal niet?

De tabel hieronder gaat over wat er in uw Ladder-dossier zit. Waar wij "nee" schrijven, bedoelen wij dat het datapunt niet uit dat dossier valt af te leiden en dus apart verzameld moet worden.

VSME-datapuntZit dit in uw Ladder-dossier?
B4 vervuiling, B5 biodiversiteit, B6 waterNee
B7 grondstoffen, circulariteit en afvalNee
B8 tot en met B10 personeel, veiligheid, beloning en opleidingNee
B11 veroordelingen en boetes voor corruptie en omkopingNee
C4 klimaatrisico'sNee. Een risicoanalyse over fysieke en transitierisico's hoort niet bij de stukken die u voor certificering aanlevert
C5 tot en met C7 mensenrechten en aanvullende personeelsgegevensNee
C8 uitgesloten activiteiten, C9 genderdiversiteit in het bestuurNee

Van de elf datapunten in de basismodule vult een Ladder-dossier er in de praktijk drie: B1 gedeeltelijk, B2 grotendeels en B3 grotendeels. De overige acht begint u vanaf nul.

Dat wijkt af van wat de schemabeheerder zelf schrijft. In het artikel over CSRD stelt SKAO: "Door te voldoen aan de eisen van CO₂-Prestatieladder versie 4.0, dekt een organisatie een deel van de ESRS-set af, namelijk ESRS E1, klimaatverandering." Direct daarna volgt: "Dit geldt ook voor de VSME." (SKAO over de relatie tussen CSRD en de Ladder). Op basis van de normatieve teksten komen wij tot een ander beeld. Voor het klimaatdeel van VSME houdt die uitspraak stand. Voor de basismodule als geheel houdt hij geen stand, want acht van de elf datapunten gaan over vervuiling, biodiversiteit, water, afval, personeel en corruptie.

Waar botsen de rekenregels?

Ook binnen het klimaatdeel zijn de twee raamwerken niet identiek. Vijf verschillen die u echt raken.

OnderwerpCO₂-PrestatieladderVSME
EmissiefactorenVoorgeschreven landenlijsten: co2emissiefactoren.nl voor Nederland, co2emissiefactoren.be voor BelgiëGeen voorgeschreven lijst. B3 verwijst naar de GHG Protocol Corporate Standard uit 2004
Scope 2Eigen definitie van groene stroom: zon, wind, water of biomassa, geproduceerd in hetzelfde land als waar hij verbruikt wordtLocatiegebonden scope 2 verplicht in B3
CompensatieCompensatiemaatregelen vallen buiten het meetbereik van de LadderVerwijderingen, vermeden emissies en compensatie via carbon credits tellen niet mee bij het berekenen van emissies of het stellen van doelen
Scope 3Verplicht vanaf Trede 2, voor het deel waar u de meeste impact hebt. Trede 3 vraagt een doel van nul over scope 1, 2 en 3Geen vereiste in de basismodule. Mag vrijwillig worden toegelicht
BorgingCO₂-bewust certificaat van een geaccrediteerde certificerende instelling, drie jaar geldig met jaarlijkse controleGeen assurance-verplichting. De Commissie schrijft dat "a self-declaration by the SME is sufficient"

De regel over compensatie staat letterlijk in de EFRAG-handleiding bij C3: verwijderingen, vermeden emissies en compensatie via carbon credits "shall not be counted when calculating GHG emissions or setting the undertaking's gross GHG emission reduction targets" (EFRAG). De Ladder komt op hetzelfde uit via een andere route, doordat compensatiemaatregelen buiten het meetbereik vallen (Exergie over GHG Protocol en de Ladder). Op dit punt hoeft u dus niets dubbel te doen.

Het verschil in borging weegt het zwaarst en wordt het vaakst onderschat. Bij VSME volstaat een verklaring van de onderneming zelf (C(2025) 4984), terwijl aan een CO₂-bewust certificaat een audit hangt en in een aanbesteding een geldbedrag. Gebruikt u één dataset voor beide, dan bepaalt de Ladder het bewijsniveau dat u moet halen.

Wat betekent de value chain cap voor u?

De gedelegeerde handeling van 3 juli 2026 legt een bovengrens op wat grote rapporteurs mogen uitvragen. Artikel 1 definieert de value chain cap als "the upper limit of sustainability information which undertakings subject to Articles 19a and 29a of Directive 2013/34/EU may require from undertakings in their value chain which do not exceed, on their balance sheet date, an average number of 1 000 employees during the preceding financial year" (C(2026) 5011). Het persbericht zegt het korter: "companies subject to the CSRD cannot require companies in their value chains to provide more information than what is covered by the voluntary standard" (Europese Commissie).

Twee dingen volgen daaruit, en ze worden vaak door elkaar gehaald.

Als leverancier bent u de beschermde partij. Krijgt u vanaf boekjaar 2027 een vragenlijst van een klant die zelf onder de verplichte rapportage van artikel 19a of 29a valt, dan is uw Ladder-footprint plus de rest van de basismodule een volledig antwoord. Meer hoeft u niet te geven.

Als opdrachtgever bent u alleen gebonden wanneer u zelf onder artikel 19a of 29a valt. Uw trede speelt daarbij geen rol. Zit u op Trede 2 en hebt u ketendata nodig, dan begrenst dat certificaat uw eigen uitvraag op geen enkele manier. Bent u wel rapportageplichtig, dan blijft uw uitvraag bij partners tot en met 1.000 werknemers binnen de datapunten van de vrijwillige standaard en vult u het verschil met eigen berekening. Bent u dat niet, dan mag u vragen wat u wilt, al kan een leverancier de standaard alsnog als grens aanhouden. Hoe u die ketendata vervolgens omzet in een goedgekeurde analyse, staat in de waardeketenanalyse in de praktijk.

Moet ik als mkb-bedrijf eerst de Ladder of eerst VSME doen?

Dat hangt af van wie de vraag stelt.

Uw situatieBegin hierWaarom
U schrijft in op overheidsopdrachten in Nederland of VlaanderenCO₂-Prestatieladder, Trede 1De Ladder levert direct gunningvoordeel op. Meer dan 300 aanbestedende diensten gebruiken hem
U krijgt ESG-vragenlijsten van klanten of uw bank, zonder aanbestedingenVSME-basismoduleSneller, zelfverklaring, en breder dan alleen klimaat
Allebei, binnen hetzelfde jaarLadder eerst, VSME daaruit afleidenHet geauditeerde cijfer draagt de zwaarste bewijslast en laat zich daarna vereenvoudigen tot een zelfverklaring
U zit al op Trede 2VSME-basis plus C3 kost u weinig extraKlimaattransitieplan en reductiedoelen liggen er al
U bent Belgisch en werkt voor infrastructuuropdrachten vanaf vijf miljoen euroLadder eerstZie de CO₂-Prestatieladder in België

De regel eronder is dezelfde als bij consolidatie. Verzamel op het fijnste niveau dat haalbaar is en rapporteer daarna op het grovere niveau. Een dataset die een audit doorstaat, vereenvoudigt u altijd nog tot een zelfverklaring. De omgekeerde weg betekent een jaar later opnieuw verzamelen, met mensen die dan iets anders doen. Wat het Ladder-traject zelf kost, staat in wat de CO₂-Prestatieladder kost in 2026.

Wat gaat er in de praktijk mis?

Drie patronen die in de praktijk steeds terugkomen.

De entiteitenlijsten lopen niet gelijk. VSME B1 vraagt of u individueel of geconsolideerd rapporteert, plus een lijst van dochterondernemingen met adres, NACE-codes en de locaties van uw vestigingen. Uw Ladder-certificaat hangt aan een organisatorische grens die daar zelden precies mee samenvalt, omdat de meeste groepen twee structuren tegelijk draaien: statutaire boekhouding op juridische entiteiten en operationele sturing op bedrijfsonderdelen. Een document dat voor de groep is geschreven, moet daardoor per gecertificeerde entiteit hernoemd of herschreven worden. Dat behandelen we uitgebreid in organisatorische grenzen bij meerdere entiteiten. Ook de NACE-codes die B1 vraagt wringen: een onderneming die verschillende soorten werken uitvoert, past zelden netjes in één code, en die ene keuze staat vervolgens jaren in uw rapport.

Twee raamwerken vinden verschillende gaten in hetzelfde document. Een organisatie die tegelijk een Ladder-audit en een ESG-uitvraag doorloopt, krijgt twee lijsten met tekortkomingen op dezelfde tekst, die elkaar maar deels overlappen. Schrijf daarom één plan dat in één keer aan beide voldoet, en houd per paragraaf bij welk raamwerk hem nodig heeft.

De mensen die de data hebben, zwijgen. Zelden uit onwil. Een praktijkverantwoordelijke verwoordde het zo: "Ze lijken niet betrokken, maar in werkelijkheid schamen ze zich omdat ze de antwoorden niet hebben." Duurzaamheid maakt dat makkelijk, met afkortingen in elke zin. VSME voegt acht datapunten toe die liggen bij collega's die nog nooit met uw footprint te maken hebben gehad. Korte, gerichte instructie per datapunt werkt daar het best. Maak eerst één datapunt volledig af voordat u de rest uitzet.

Hoe Palau hiermee omgaat

Palau ondersteunt de CO₂-Prestatieladder en VSME als aparte rapportages op dezelfde onderliggende dataset in Reef, zodat één meterstand of tankbon beide vult zonder tweemaal te worden ingevoerd. Vault beheert het bewijs en de documenten die bij die cijfers horen. Voor de ketendata die Trede 2 vraagt, verzamelt het contributorportaal gegevens bij partners in uw waardeketen. De organisatiestructuurmodule houdt de entiteitenlijst bij die VSME B1 vraagt en die uw Ladder-certificaat begrenst.

Vraag een pilot aan

Veelgestelde vragen

Kunt u de CO₂-Prestatieladder en VSME combineren? Deels. De scope 1 en 2 footprint uit Trede 1 vult VSME-datapunt B3 vrijwel direct, en uw reductiedoelen vullen C3. VSME vraagt daarnaast water, afval, biodiversiteit, personeel en governance, die de Ladder niet raakt. Er bestaat geen officiële mapping tussen beide raamwerken.

Dekt de CO₂-Prestatieladder 4.0 de VSME-eisen af? Niet volledig. Van de elf datapunten in de basismodule vult een Ladder-dossier er in de praktijk drie: B1 gedeeltelijk, B2 grotendeels en B3 grotendeels. De acht overige datapunten over vervuiling, biodiversiteit, water, afval, personeel, veiligheid, beloning en corruptie begint u vanaf nul. SKAO schrijft in zijn artikel over CSRD "Dit geldt ook voor de VSME." Wij komen op basis van de normatieve teksten tot een ander beeld.

Wat vraagt VSME-datapunt B3 precies? B3 vraagt het totale energieverbruik in MWh, gesplitst naar hernieuwbaar en niet-hernieuwbaar voor elektriciteit en brandstoffen, plus de geschatte bruto scope 1 emissies en de locatiegebonden scope 2 emissies in tCO₂-eq. In de gedelegeerde handeling van 3 juli 2026 zijn dat de paragrafen 32 en 33. In de aanbeveling van 30 juli 2025 zijn dat de paragrafen 29 en 30, met in paragraaf 31 een intensiteitsratio die in de gedelegeerde handeling is vervallen. Scope 3 is in de basismodule geen vereiste en mag vrijwillig worden toegelicht.

Heb ik voor VSME een auditor nodig? Nee. De Europese Commissie stelt in haar aanbeveling van 30 juli 2025 dat er geen assurance-verplichting is en dat een zelfverklaring van de onderneming volstaat. Het CO₂-bewust certificaat van de Ladder vraagt wel een audit door een geaccrediteerde certificerende instelling, met een geldigheid van drie jaar en jaarlijkse controle.

Wat is de value chain cap en voor wie geldt hij? De value chain cap bindt alleen ondernemingen die zelf onder artikel 19a of 29a van Richtlijn 2013/34/EU vallen, dus onder de verplichte duurzaamheidsrapportage. Die ondernemingen mogen van partijen in hun waardeketen met gemiddeld ten hoogste 1.000 werknemers niet meer informatie eisen dan de vrijwillige standaard bevat. Uw trede op de CO₂-Prestatieladder speelt daarbij geen rol. Artikel 3 van C(2026) 5011 geldt voor boekjaren die beginnen op of na 1 januari 2027.

Moet ik als mkb-bedrijf eerst de Ladder of eerst VSME doen? Wie inschrijft op overheidsopdrachten in Nederland of Vlaanderen begint bij de CO₂-Prestatieladder, omdat die direct gunningvoordeel oplevert bij meer dan 300 aanbestedende diensten. Wie vooral ESG-vragenlijsten van klanten en banken krijgt, begint bij de VSME-basismodule. Doet u beide, begin dan bij de Ladder, omdat het geauditeerde cijfer de zwaarste bewijslast draagt en zich daarna laat vereenvoudigen.

Bestaat er een officiële mapping tussen de CO₂-Prestatieladder en VSME? Nee. SKAO noemt VSME in twee zinnen in het artikel over CSRD en publiceert geen mapping. EFRAG verwijst nergens naar de CO₂-Prestatieladder. Elke vergelijking waarin de twee naast elkaar worden gelegd, inclusief die van Palau, is een eigen praktijkanalyse zonder bekrachtiging.

Bronnen